slogan
stripe
Historiek

In de zomer van 1972 konden enkele enthousiaste zweefvliegers zich niet meer verenigen met de koers die gevlogen werd door hun toenmalige zweefvliegclub en verlieten ze Zwartberg in moeilijke omstandigheden.

Jan Evens, Francis Berx, Thieu Berger, Edgard Fabry, Jan Bastings, Karel Vranken, Jaak Vliegen, Harry Smulders, Thieu Simons, Lucien Jappens, Hugo Hoirelbeke, Maurice Schepers en Luc Deconinck besloten hun eigen club op te richten. Op 5 oktober 1972 stichtten zij hun eigen zweefvliegclub en noemden hun vzw naar de allerbeste zweefvogel, ALBATROS.

Eerst wou ALBATROS nog als autonome club op het vliegveld van Zwartberg opereren maar toen dit niet haalbaar bleek, moest er uitgekeken worden naar een nieuw zweefvliegveld. Eerst hadden ze het idee om zelf een volledig nieuw vliegveld te maken. Een groot bebost veld in Maasmechelen werd voorgesteld door de gemeente. Ook een opgespoten vlakte in Stokrooi-Kuringen naast het Albertkanaal kwam in aanmerking. Maar omdat de aanleg van een nieuw vliegveld inhield dat men zeker de eerste 2 jaar niet kon vliegen, werden deze opties uiteindelijk niet in aanmerking genomen.

Zo ging de zoektocht naar een nieuwe uitvalsbasis verder en kwamen ze uiteindelijk terecht op het oudste vliegveld van België, het vliegveld van Kiewit in Hasselt waar men 3 jaar eerder opnieuw was gestart met de sportvliegerij. De jonge mannen van ALBATROS werden er hartelijk ontvangen en kregen er alle kansen om hun vleugels terug uit te slaan, de toestemming van het Bestuur der Luchtvaart om er te mogen zweefvliegen, kwam er redelijk snel. De Albatrossers van het eerste uur hebben veel te danken aan pleincommandant Remy Hoffman en in het bijzonder aan toenmalig secretaris van Aero Kiewit Godfried Vaes.


1.1
Kiewit, de nieuwe thuisbasis in 1972

De vreugde was echter van korte duur, het Bestuur der Luchtvaart zwichtte onder een “berg zwarte” argumenten en trok de vergunning om te mogen zweven op Kiewit terug in. ALBATROS kon gelukkig rekenen op de steun van zeer hoge relaties die ervoor zorgden dat er vanaf 1 maart 1973 toch terug gezweefd kon worden op Kiewit, deze keer was het echt definitief.

Het eerste toestel was een Bergfalke II, de OO-ZMF en werd door de 8 beheerders aangekocht voor 75000 BEF (elk 10.000 waarvan 5000 extra voor de clubkas). Een week later schoot Jan Evens het bedrag van 7600 BEF voor zodat ALBATROS een tweede toestel kon aankopen, nl. de Rhönlerche OO-ZLU. Deze Lerche was echter niet in vliegbare staat, er ontbrak 2 meter vleugel en de romp was beschadigd. Tijdens het winterseizoen werd bij gebrek aan eigen werkplaats, de living van Lucien ‘Lus’ Jappens gebruikt om het toestel in vliegbare staat te herstellen. Dit gebeurde door de leden zelf, zo wisten ze de kosten te drukken en op een goedkope manier de vloot uit te breiden.


2.1
Hangaar in aanbouw in 1974

In ’74 werd er aan de bouw van de hangaar begonnen. Alles werd zelf gedaan, metsen, dak, vloer... De betonnen vlakken voor de hangaar waren overschotten die gratis geleverd werden als er ergens teveel was. Dit betekende ook dat er constant een team standby moest staan om ogenblikkelijk het betonoverschot te kunnen verwerken. De living van Lus kon natuurlijk niet blijven dienen, in 1976 volgde de bouw van een eigen werkplaats op het vliegveld want het herstellen en terug vliegwaardig maken van zwevers werd nog altijd door de leden zelf gedaan. Albatros groeide van jaar tot jaar, niets kon deze enthousiaste zweefvliegers stoppen.

In 1977 vond Francis Berx dat het tijd was om ALBATROS ook naar de andere clubs toe te profileren en organiseerde hij voor de eerste keer de Kiewit Cup. De eerste editie begon als een inter-clubwedstrijd tussen ALBATROS en Diest Aero Club, maar door de jaren heen groeide deze wedstrijd uit tot een van de grootste wedstrijden van België.

Na 10 jaar waren de Albatrossers dan ook terecht fier op hun verwezenlijkingen, de vloot bestond uit 10 toestellen, een eigen hangaar, werkplaats en clublokaal met een kleine bar, een eigen wedstrijd… ALBATROS stond mee aan de top.

Er werden ook stages georganiseerd voor de gevorderde opleiding, in België werden deze gehouden op de vliegvelden van Beerse en St-Hubert. Later (1979) ging men ook naar Issoudun in Frankrijk voor de doorgedreven training van de piloten. In 1990 werd Fuentemilanos in Spanje voor de eerste maal aan verkend, zowel Issoudun als Fuentemilanos zijn tot op de dag van vandaag nog steeds een jaarlijkse traditie.


5.3
Fuentemilanos - het zweefvliegparadijs

In 1982 was Jan Evens de eerste Albatrosser die een Belgisch record op zijn naam wist te zetten, met Paul Mangelschots als copiloot vloog hij een driehoek van 100km tegen een snelheid van 86km/h met een Twin Astir. Later zouden nog verschillende Belgische records op naam van een Albatrosser komen te staan. In 2007 maakte ALBATROS zijn 50000ste start. In die 35 jaar behaalden meer dan 350 piloten hun licentie, voor tientallen piloten was en is ALBATROS de start van een professionele carrière in de luchtvaart als lijnpiloot, piloot bij de luchtmacht of als luchtverkeersleider.

Door de jaren heen wijzigden ook de zwevers waarmee de Albatrossers hun hobby konden beoefenen, ALBATROS probeerde zijn vloot eigenlijk constant te moderniseren en tegelijkertijd zo uniform mogelijk te maken. De Lerchen werden vervangen door Ka7’ens, de Ka8 werd de basis éénzitter, de Jeans Astir was de éénzitter voor de gevorderden. De LS4 werd dan weer de opvolger van de LS1’s en Cirrus 75.


6.3
De Twins - de nieuwe opleidingsvloot in 2008

2008 & 2009 werden de seizoenen van de grote en vrij drastische vlootverandering. De Ka7’ens en Ka8’ten werden op rust gezet en er werd beslist om volledig naar ‘plastic’ over te schakelen. Op één jaar tijd zorgde ALBATROS voor 2 extra Twin Astirs, een extra Jeans Astir en een extra LS4. Met 3 Twins, 3 Jeans Astirs, 3 LS4’s en een Janus heeft ALBATROS dan ook de modernste basisvloot van heel België.

In 2006 organiseerde ALBATROS in september een Schempp-Hirth weekend en haalde enkele van de prototypes van de Schempp-Hirth fabriek naar Kiewit. Zo kregen de leden de kans om eens te vliegen met het nieuwste van het nieuwste. Wat begon als een eenmalig gebeurtenis groeide uit tot een jaarlijkse afsluiter van het seizoen. In 2007 waren de Albatrossers zelfs de eersten om te vliegen met de DuoDiscus XL na het beëindigen van de officiële testvluchten

Seizoen 2009 werd in stijl geopend met het prototype van de DuoDiscus XL dat voor de 3de keer op Kiewit was. Dat zorgde voor 30 starts nog voor de start van het officiële zweefvliegseizoen. Ook werd de infrastructuur van ALBATROS grondig vernieuwd en uitgebreid. Er werd begonnen met een uitbreiding van de bestaande hangaar en er werd een nieuw briefinglokaal en technisch administratielokaal bijgebouwd.

 

9.2

Het prototype van de DuoDiscus XL

De Albatrossers presteerden ook goed in de Beker van Vlaanderen met 2 eerste plaatsen en totaal 6 podiumplaatsen in 3 verschillende klassen.

Ook in 2010 werden zowel de faciliteiten van ALBATROS nog verder uitgebreid en opgeknapt, als de vloot opnieuw uitgebreid, een 4de Jeans, de OO-ZVZ werd aangekocht om aan de noden van de leden te voldoen. Kiewit Cup 2010 werd qua aantal deelnemers en qua gevlogen proeven, een absolute topeditie.

 

arcus

Het prototype van de Arcus T bij Albatros

 

Op einde van het seizoen had ALBATROS opnieuw een primeur, het nieuwste prototype van Schempp-Hirth, de Arcus T was voor de eerste maal in België en stond gedurende 4 dagen ter beschikking van onze club. Omdat het toestel nog steeds in de testfase zat, werden 2 van onze instructeurs gekwalificeerd als fabriekspiloot om alle vluchten te kunnen uitvoeren.

In 2011 namen we na bijna 20 jaar dienst, afscheid van onze Janus OO-ZYH om plaats te maken voor een nieuw en beter hoofdstuk in geschiedenis van ALBATROS. Wij zijn benieuwd wat de toekomst nog allemaal voor ons in petto heeft. 

 

Fotogalerij fotogallerij
Quote

" I fly for fun. But winning, itself, is good fun"

Ingo Renner